Lessen Fine Arts
14 lessen
- Abhinaya en rasa in Kathak – Abhinaya betekent 'de betekenis naar het publiek brengen'. De Natya Shastra noemt vier soorten: angika (lichaam: hoofd, ogen, handen, voeten, heel het lichaam), vachika (woorden, zang, het uitspreken van bols), aharya (kostuum, make-up, sieraden, ghungroo, decor) en sattvika (innerlijk gevoel dat zichtbaar wordt in onwillekeurige tekens zoals tranen, trillen, zweten of kleurverandering). Als een danser een blijvend gevoel (sthayi bhava) laat zien, ondersteund door oorzaken (vibhava) en uiterlijke tekens (anubhava), 'proeft' het publiek een emotie die rasa heet. Er zijn negen rasa's: shringara (liefde), hasya (lachen), karuna (verdriet), raudra (woede), veera (moed), bhayanaka (angst), bibhatsa (walging), adbhuta (verwondering) en shanta (rust). Belangrijke termen: sangeet (zang + instrumentale muziek + dans samen), tal (de cyclus van tellen, bijvoorbeeld teental met 16), laya (tempo: vilambit, madhya, drut), bhramari (draaien, pirouettes, chakkars), lokadharmi (natuurlijke presentatie zoals in het dagelijks leven) en natyadharmi (gestileerde, theatrale presentatie).
- Abhinaya, rasa en muziek in Odissi – Abhinaya is de kunst om een verhaal en het gevoel daarin naar het publiek te brengen. Het heeft vier delen: Angika (lichaam), Vachika (woorden en zang), Aharya (kleding en make-up) en Sattvika (echt gevoel van binnen). De danser toont een gevoel (bhava) en het publiek geniet ervan als een sfeer (rasa). Er zijn negen rasa's: liefde, lachen, verdriet, woede, moed, angst, walging, verwondering en rust. Bij Odissi hoort een zijden sari met een geplooide waaier, zilveren sieraden, een tahia-kroon, ghungroo-belletjes en rode alta. De muziek gebruikt raga's en tala's, met de mardala-trom, fluit, viool of sitar en gini-bekkens, en vaak wordt de Gita Govinda gezongen. Odisha heeft ook levendige volksdansen zoals Gotipua, Chhau, Sambalpuri, Ghumura en Ranappa.
- Abstractie: oorsprong en ontwikkeling – Abstracte kunst tekent de dingen uit de wereld niet na. Ze gebruikt kleur, vorm, lijn en structuur op zichzelf. Ze ontstond in het begin van de twintigste eeuw, toen schilders als Kandinsky, Malevich en Mondriaan stopten met het nabootsen van voorwerpen. Later gebruikten kunstenaars als Pollock en Rothko grote gebaren en vlakken van kleur om gevoel te tonen.
- Acteren: een personage tot leven brengen – Acteren is een personage op een geloofwaardige manier aan een publiek laten zien. Een acteur onderzoekt eerst de gegeven omstandigheden (wie, waar, wanneer) en het doel van het personage (wat wil het). Daarna gebruikt de acteur het lichaam (houding, gebaren, niveaus, status) en de stem (volume, tempo, toonhoogte, pauze) om dat te laten zien. Op het toneel is acteren actie en reactie: je luistert naar je tegenspeler en antwoordt. Timing, pauzes en spanning geven vorm aan een scène, en theater kan ook echte maatschappelijke thema's onderzoeken.
- Adaptatie: hoe een verhaal van een boek naar een film, toneelstuk of game gaat – Een adaptatie is een nieuw werk dat gemaakt is op basis van een ouder werk, maar in een ander medium. Denk aan een roman die een film, toneelstuk, stripboek, serie of game wordt. Elk medium heeft eigen middelen en grenzen, dus de bewerker moet schrappen, samenvoegen, veranderen en soms iets toevoegen. Een adaptatie kan trouw, los of vrij zijn (verplaatst naar een nieuwe tijd of plaats). Wil je een boek en de bewerking vergelijken, kijk dan wat er veranderd is, waarom, en welke nieuwe betekenis dat geeft.
- Adavu's en items in Bharatanatyam – Een adavu is de basiseenheid van Bharatanatyam: een vaste lichaamshouding, voetenwerk en handbeweging, gedanst op ritmelettergrepen (sollukattu). De meeste adavu's dans je in aramandi (half gehurkt). Bij tattadavu stamp je op de grond; bij nattadavu strek je de hak uit. Elke adavu oefen je in drie tempo's (1, 2 en 4 stappen per tel). Adavu's worden samengevoegd tot korvai's (patronen die op de eerste tel eindigen), en korvai's vormen items zoals alarippu (in tisra eka, 3 tellen), jatiswaram en tillana. Adi tala (8 tellen) en rupaka tala (6 tellen) houd je bij met klappen, vingertellingen en zwaaien.
- Beeldende elementen en ontwerpprincipes – De elementen van kunst zijn de bouwstenen van een kunstenaar: lijn, vlak, vorm, kleur, toonwaarde, textuur en ruimte (veel docenten tellen ook de punt mee). De ontwerpprincipes zijn de regels om die bouwstenen te ordenen: balans, contrast, nadruk, beweging, ritme en patroon, verhouding en schaal, en eenheid met variatie. Als je beide kent, maak je kunst met een doel en kun je duidelijk praten over elk kunstwerk.
- Bijwoorden (adverbs) – Een bijwoord is een woord dat meer vertelt over een werkwoord, een bijvoeglijk naamwoord of een ander bijwoord. De meeste bijwoorden beantwoorden één vraag: hoe (wijze), waar (plaats), wanneer (tijd) of hoeveel (graad). In het Engels maak je er veel door -ly achter een bijvoeglijk naamwoord te zetten (slow, slowly), en veel bijwoorden kun je vergelijken (fast, faster, fastest).
- Dans: elementen, choreografie en dansvormen – Dans is bewegen met je lichaam, in ruimte en tijd, met energie, om gevoelens te uiten, verhalen te vertellen of te vieren. Elke dans kun je beschrijven met vier elementen: Lichaam (wat beweegt), Ruimte (waar: niveaus, richtingen, looppaden), Tijd (wanneer: tempo, ritme, pauze) en Energie (hoe: scherp of zacht, sterk of licht). Choreografie is de kunst om bewegingen te ordenen met middelen zoals motief, herhaling, canon, unisono, contrast en formaties. Goede dansers trainen techniek, veiligheid en expressie, en een goed publiek beschrijft, analyseert, interpreteert en beoordeelt wat het ziet. Dansvormen, van klassiek en volksdans tot ballet en hiphop, groeien uit hun cultuur en geschiedenis.
- Drama: elementen, toneeltechniek en voorstelling – Drama is een verhaal dat acteurs spelen voor publiek. Zij worden personages. Elk drama heeft personages die iets willen, een conflict als die wensen botsen, een plot waarin de spanning oploopt tot een climax en daarna afloopt, dialoog, een setting en een thema. Op het podium gebruiken acteurs stem en lichaam, en de productie voegt licht, decor, kostuums en geluid toe.
- Een verhaal bewerken en op het podium brengen – Een verhaal bewerken betekent er een toneelstuk van maken. In een verhaal mag de verteller lang aan het woord zijn, maar op het podium zie en hoor je alleen wat mensen zeggen en doen. Daarom zet de groep de vertelling om in dialoog en handeling, verdeelt de taken (schrijver, regisseur, acteurs, ontwerper) en kiest een podiumvorm: proscenium (publiek aan één kant), thrust (publiek aan drie kanten) of arena (publiek rondom). Na de voorstelling kijkt de groep terug op wat goed ging en wat beter kan.
- Esthetische waarneming – Esthetische waarneming betekent dat je met al je zintuigen de kleur, vorm, lijn en structuur van de wereld opmerkt, voelt wat het met je doet en daarna je eigen reactie laat zien. Er is geen enkel juist gevoel. Langzaam en aandachtig kijken is een vaardigheid die groeit door te oefenen.
- Het ontwerpproces: van probleem naar product – Het ontwerpproces is een kringloop van stappen waarmee ontwerpers een echt probleem voor echte mensen oplossen: de behoefte onderzoeken, die vastleggen in een ontwerpopdracht en een meetbaar programma van eisen, veel ideeën bedenken, een prototype bouwen en dat testen en beoordelen aan de hand van de eisen. Wat niet slaagt, stuurt je opnieuw door de kringloop. Dit herhalen heet iteratie, en zo worden bijna alle producten, apps, gebouwen en kunstwerken beter gemaakt.
- Kunstgeschiedenis: van grotwand tot nu – Mensen maken al minstens 40.000 jaar kunst. Prehistorische kunst toont dieren en handen op grotwanden. Oude beschavingen maakten kunst voor heersers, goden en het leven na de dood. Klassieke tradities ontstonden in Griekenland en Rome, India, China, Afrika en Amerika. De Renaissance bracht perspectief en realisme; moderne kunst (vanaf ongeveer 1860) brak die regels; hedendaagse kunst gebruikt elk materiaal. Om kunst te begrijpen beschrijf je het werk, analyseer je de elementen, interpreteer je de betekenis in zijn context en beoordeel je waarom het werkt.